De functie van insuline

insuline injectieWe kennen allemaal de term ‘insuline’. Of je hebt er zelf mee te maken, of je kent wel iemand in je omgeving die er mee te maken heeft. Op het moment dat je een probleem hebt met de aanmaak van het hormoon ‘insuline’, gaat de hoeveelheid suiker in je bloed omhoog, wat potentieel gevaarlijk kan zijn.

We spreken hier natuurlijk over diabetespatiënten. Gelukkig kan in heel veel gevallen medicijnen of kunstmatig ingebrachte insuline een oplossing bieden.

Minder bekend is de exacte functie van insuline in het lichaam, en wat dit exact te maken heeft met mensen die diabetes hebben.

De werking van insuline in je lichaam

Om eerst even heel erg kort door de bocht te gaan: Insuline is een hulpstof die door de alvleesklier wordt aangemaakt om de hoeveelheid glucose in je bloed, je bloedsuikerspiegel, op een normaal niveau te houden. De insuline doet dit met behulp van de 3 taken die insuline uit kan voeren:

  • De insuline verzorgt en begeleid het transport van de glucose naar de celmembranen
  • De insuline zorgt er voor dat overtollige glucose omgezet wordt in glycogeen, wat op zijn beurt weer in de lever en in de spieren opgeslagen wordt: Een energievoorraadje voor barre tijden
  • De insuline zorgt er voor dat de resterende overtollige glucose, als de lever en de spieren verzadigd zijn, wordt omgezet in lichaamsvet: Een extra energievoorraad voor later gebruik.

Al deze 3 taken staan natuurlijk niet op zichzelf, maar hebben een belangrijke samenhang met elkaar. Het heeft allemaal te maken met energiemanagement: Transport en opslag van glucose.

Op het moment dat je iets eet, wordt het zetmeel en de suikers in je lichaam afgebroken en omgezet naar bloedsuiker. Deze vorm van suiker (glucose) is geschikt om door het lichaam gebruikt te worden als energiebron voor de cellen. Op het moment dat er glucose, dus bloedsuiker, in je bloedbaan komt, wordt er in de alvleesklier alarm geslagen.

De alvleesklier is het orgaan wat de insuline aanmaakt, op het moment dat het nodig is. De alvleesklier is een heel slim orgaan die een ingebouwde bloedsuikermeter heeft. Deze meer continue hoeveel glucose er in je bloed zit, en weet dan ook precies hoe hoeveel insuline er aangemaakt moet worden om de glucose naar de cellen te transporteren.

[pullquote]Dus gaat de bloedsuikerspiegel omhoog, dan wordt extra insuline aangemaakt, gaat de bloedsuikerspiegel daarna weer naar beneden, dan past de alvleesklier de insulineproductie aan.[/pullquote]

Transport van glucose naar de celmembranen

Op het moment dat de alvleesklier signaleert dat er bloedsuiker in de bloedbaan aanwezig is, wordt er insuline aangemaakt. Insuline is een soort hormoon. Je kunt het heel gemakkelijk vergelijken met een gids. De insuline begeleid de glucose tijdens de reis door de bloedbaan, en zorgen er voor dat de cellen ontvankelijk worden voor de glucose.

De Insuline heeft als het ware de chemische sleutel van de cellen, en door deze sleutel te gebruiken, kan de glucose de cellen binnengaan Om deze van energie te kunnen voorzien. Op het moment dat er niet, of niet voldoende, insuline in je lichaam aanwezig is, kan de aanwezige glucose in de bloedbaan niet afgevoerd worden waardoor de bloedsuikerspiegel vreselijk gaat pieken.

Dan spreken we van diabetes of suikerziekte. Maar hierover later meer.

Omzetting van Glucose naar Glycogeen

Het transport naar de cellen is natuurlijk het eerste wat de insuline mogelijk moet maken. Maar op het moment dat er een overschot aan glucose is, omdat de cellen verzadigt zijn en er geen energie door het lichaam verbruikt wordt, gaat de insuline de glucose omzetten naar glycogeen, een stof die opgeslagen kan worden in de spieren en in de lever.

De lever heeft een opslagcapaciteit van glycogeen met een hele hoge concentratie, terwijl de spieren de mogelijkheid hebben om glycogeen op te slaan in grote hoeveelheden. Dit geheel kun je beschouwen als een energievoorraad voor het geval er meer energie nodig is dan er op dat moment voorhanden is.

Op dat moment wordt het proces omgekeerd, en wordt de glycogeen weer omgezet naar glucose.

Omzetting van glucose in lichaamsvet

Een andere functionaliteit van de insuline is het feit dat het ook glucose kan omzetten naar lichaamsvet. Vet wat onderhuids wordt opgeslagen voor dezelfde reden als in het vorige punt: Een reservevoorraad voor slechtere tijden.

Dit is tevens het meest hinderlijke aan de werking van insuline, want als je veel eet, en weinig beweegt, zal het lichaam vrij snel overschakelen om de glucose om te zetten naar lichaamsvet. Dit lichaamsvet wordt als eerste in de buikstreek, rondom de middel en in de bovenbenen opgeslagen.

Je raadt het al: De love-handles beginnen zich dan te vormen, dikke buik, dikke billen, dikke bovenbenen etc. etc. De nachtmerrie van iedereen die graag wat gewicht kwijt wil raken.

Insuline-resistentie

Op het moment dat je lichaam wel insuline aanmaakt, maar dit niet goed wordt opgenomen door het lichaam spreken we van een insuline-resistentie, of insuline-intolerantie. Doordat de insuline dan niet meer optimaal werkt, is de alvleesklier genoodzaakt om méér insuline aan te maken dan noodzakelijk, omdat met de eerder ‘berekende’ hoeveelheid niet het gewenste resultaat bereikt wordt.

De wetenschap is sterk van mening dat insuline-resistentie een voorbode is voor het ontwikkelen van diabetes-2. Insuline-intolerantie kan zich al een aantal jaren manifesteren, zonder dat je daar noemenswaardig last van hebt. Maar op een bepaald moment wordt het te veel en zullen de symptomen van diabetes type 2 zich gaan manifesteren.

hart meterOverigens zorgt insuline-resistentie er ook voor dat je veel meer kans hebt op een hoog cholesterolgehalte en een hoge bloeddruk, wat op hun beurt weer belangrijke triggers zijn voor hart- en vaatziektes.

We spreken hier van allerlei gevolgen van de insuline-resistentie, maar ook de insuline-resistentie zelf is het gevolg van iets. Oorzaak ligt vaak in een ongezond voedingspatroon waardoor overgewicht ontstaat. Met name de opslag van lichaamsvet rond de middel (zogenaamd centraal vet) speelt hier een belangrijke rol in.

Deze mensen hebben vaak last van een hoge bloeddruk in combinatie met een laag cholesterolniveau van het type HDL, de ‘goede’ cholesterol. Daarnaast verhindert het centrale vet voor een deel de opslag van triglyceriden, een bepaalde soort vet.

Triglyceriden is een belangrijke bron van energie, maar als dit niet, of inefficiënt, wordt opgeslagen, beginnen deze vetten zich in het bloed op te stapelen. En dit hoge vetgehalte in het bloed kan leiden tot insuline-resistentie. Het lichaam heeft dan veel meer insuline nodig dan strikt noodzakelijk.

Er zijn manieren om het risico op insuline-resistentie te beperken. Je voelt het al aankomen natuurlijk: Bewegen en overtollig gewicht kwijtraken, in combinatie met een gezond voedingspatroon.

Regelmatig bewegen zorgt niet alleen voor de verbranding van lichaamsvetten, waardoor je afvalt, maar zorgt er ook voor dat je lichaam gevoeliger wordt voor insuline. Hierdoor s minder insuline nodig om de glucose in je lichaam te verwerken.

Volksziekte nummer 1: Diabetes

diabetesOp het moment dat er een probleem is met de productie van insuline, ontwikkelt zich nagenoeg onvermijdelijk een aandoening die we allemaal kennen: Suikerziekte of diabetes.

Een echte welvaartsziekte, want de oorzaken worden vooral gezocht in slecht eten, te veel vet eten, overgewicht en te weinig lichaamsbeweging. Allemaal kenmerken van deze tijd.

Hoewel er geen strakke scheidingslijn is, kunnen we grofweg twee vormen van diabetes onderscheiden:

Diabetes type 1

Deze vorm wordt ook wel ‘insulineafhankelijke diabetes’ genoemd, omdat de patiënt helemaal afhankelijk is van insuline die dagelijks via injecties ingebracht moet worden. In vroeger tijden werd dit ook wel ‘jeugddiabetes’ genoemd, omdat deze vorm eigenlijk alleen maar voorkwam bij mensen jonger dan ongeveer 30 jaar.

Maar sinds de laatste tien jaar komt deze vorm ook steeds meer voor bij oudere mensen.

Diabetes type 2

Deze vorm noemen we ook wel ‘insuline-onafhankelijke diabetes’ genoemd. De patiënt is niet afhankelijk van extern toegediende insuline. De alvleesklier maakt niet genoeg insuline aan, of de opname van insuline wordt gehinderd door insuline-resistentie.

In veel gevallen kan dit opgelost worden met medicijnen, eventueel in combinatie met een passend dieet. Maar het is niet uit te sluiten dat de patiënten met type 2 ook kunstmatig insuline in moeten brengen, door middel van injecties.

De vroeger gebruikte termen ‘jeugddiabetes’ en ‘ouderdomsdiabetes’ zijn dus inmiddels niet meer van toepassing. Dit betekend concreet dat de aandoening evolueert als gevolg van slechte eet- en leefgewoontes.

Hieruit zou je een voorzichtige conclusie kunnen trekken dat we tot op de dag van vandaag nog steeds niet van bewust zijn dat we gezonder moeten eten en meer moeten bewegen. Het feit dat bijvoorbeeld diabetes type 2, ouderdomsdiabetes, steeds vaker en vaker voorkomt bij jongeren, is een zorgelijke situatie.

Je bloedsuikerspiegel controleren

Voor diabetes patiënten is dit dagelijkse kost, maar als je een vermoeden hebt dat er een probleem is met je insuline, kun je zelf je bloedsuikerspiegel meten. Je hebt hier een bloedsuikermeter voor nodig. Heb je niet een bloedsuikermeter tot je beschikking, dan kun je altijd even een afspraak maken met je huisarts voor een controle.

Het beter om problemen tijdig te signaleren, dan er jarenlang mee door te ‘rommelen’, met alle gevolgen van dien.

Nog goede tips of een aanvulling? Laat het mij weten door hieronder een reactie achter te laten!