• leververvetting

Leververvetting: oorzaken, symptomen en behandeling

2018-05-03T21:54:49+01:00mei 8th, 2018|Alcohol|4 Reacties

Je lever is het grootste orgaan in je lichaam. Het helpt je ​​lichaam om voedsel te verteren, energie op te slaan en giftige stoffen te verwijderen. Een vervette lever of een leververvetting is een aandoening waarbij het vet zich ophoopt in je lever. Er zijn twee soorten:

  • Niet-alcoholische leververvetting (NAFLD).
  • Alcoholische leververvetting, ook wel alcoholische steatohepatitis genoemd.

Wat is niet-alcoholische leververvetting (NAFLD)?

NAFLD is het soort leveraandoening, die niet gerelateerd is aan zwaar alcoholgebruik. Er zijn twee soorten:

  • Eenvoudige leververvetting, waarbij je vet in je lever hebt, maar weinig of geen ontsteking of levercelschade ervaart. Eenvoudige leververvetting is meestal niet ernstig genoeg om leverschade of -complicaties te veroorzaken.
  • Niet-alcoholische steatohepatitis (NASH), waarbij je ontstekingen en levercelschade evenals vet in je lever ervaart. Ontsteking en levercelbeschadiging kunnen fibrose of littekens op de lever veroorzaken. NASH kan ook leiden tot cirrose of leverkanker.

Wat is alcoholische leververvetting?

Alcoholische leververvetting is te wijten aan zwaar alcoholgebruik. Je lever breekt het grootste deel van de alcohol, die je drinkt af, zodat het uit je lichaam kan worden verwijderd. Maar het proces van dat afbreken kan ook schadelijke stoffen genereren. Deze stoffen kunnen de levercellen beschadigen, ontstekingen bevorderen en de natuurlijke afweer van je lichaam verzwakken. Hoe meer alcohol je drinkt, hoe meer je je lever beschadigt. Alcoholische leververvetting is de vroegste fase van aan alcohol gerelateerde leverziekte. De volgende stadia zijn alcoholische hepatitis en cirrose.

Wie is er vatbaar voor leververvetting?

Onderzoekers kennen de oorzaak van niet-alcoholische leververvetting (NAFLD) nog niet. Ze weten wel dat het vaker voorkomt bij mensen die

  • diabetes Type 2 en prediabetes hebben;
  • obesitas hebben;
  • van middelbare leeftijd of ouder zijn (hoewel kinderen het ook kunnen krijgen);
  • hoge niveaus van vetten in het bloed zoals cholesterol en triglyceriden hebben;
  • een hoge bloeddruk hebben;
  • bepaalde medicijnen gebruiken zoals corticosteroïden en sommige middelen tegen kanker;
  • bepaalde stofwisselingsstoornissen hebben, waaronder het metabool syndroom;
  • snel gewichtsverlies hebben ervaren;
  • bepaalde infecties zoals hepatitis C hebben;
  • zijn blootgesteld aan sommige gifstoffen’