• Alles over cat’s claw

Alles over cat’s claw

2018-06-13T09:24:37+01:00juni 13th, 2018|Kruiden en Planten|14 Reacties

Laatste update: door

Het regenwoud bevat voor de natuurlijke geneeskunde vele geheimen die nog moeten worden ontdekt. Eén van de geheimen die al wel is ontdekt, is een bekend inheems Peruaans wondermiddel, dat al bijna 2000 jaar lang wordt gebruikt. Cat’s claw (Uña de Gato in het Spaans) is een stekelige struik die in de tropische gebieden van Zuid- en Midden-Amerika groeit en wel tot 35 meter hoog kan worden. De naam komt van de ronde doornen die aan de struik groeien en die eruitzien als de klauwen van een kat.

De Asháninka-stam uit Peru heeft met betrekking tot het gebruik van dit kruid de langste geschiedenis. In feite is Peru tegenwoordig ook de grootste commerciële bron van het kruid. De Asháninka gebruiken cat’s claw om astma en ontstekingen van de urinewegen te behandelen, te herstellen van de bevalling, als een reiniger voor de nieren, om diepe wonden te genezen, tegen artritis, reuma en botpijn, om ontstekingen en maagzweren te verlichten, tegen kanker en om de cellulaire gezondheid te ondersteunen.

Cat’s claw begint populair te worden

Andere inheemse stammen gebruiken ook cat’s claw. De Cashibo-stam in het oosten van Peru gelooft dat cat’s claw het lichaam gezond houdt en het heeft het sinds de oudheid gebruikt om het systeem te reinigen. Andere gedocumenteerde inheemse gebruiken in Peru zijn onder andere het gebruik van Uncaria tomentosa voor bloedzuivering (dit is de reden waarom je de schors van cat’s claw in de Blood Support formule van Jon Barron vindt) en voor onregelmatigheden in de menstruatiecyclus.

In de jaren ‘70 nadat een Oostenrijkse onderzoeker, Klaus Keplinger, naar de regenwouden van Peru afreisde, begon het pas echt populair te worden. Hij hoorde van de genezende priesters van de Asháninka over de helende struik. Hij deed onderzoek en verkreeg uiteindelijk octrooien in de VS voor het isoleren van de actieve ingrediënten uit de plant.

Het kruid werd zo populair dat het in 1997 werd gerangschikt als het zevende populairste kruid dat in Amerika werd verkocht. Deze populariteit leidde ertoe dat er te veel wortels van de plant werden geoogst. Als gevolg hiervan verbiedt de Peruaanse overheid het oogsten van de wortels van de plant. Dezelfde verbindingen, die in de wortel zitten, zitten echter ook in de schors dus tegenwoordig wordt de plant nu één meter boven de grond geoogst. Hierdoor blijft de plant behouden zodat van deze plant een paar jaar later opnieuw kan worden geoogst.

Terwijl het kruid door Peruaanse stammen wordt gebruikt voor een groot aantal medicinale toepassingen, gebruiken de meeste kruidendokters in de VS en Europa het vanwege zijn ontstekingsremmende en antioxiderende eigenschappen. Cat’s claw helpt het kraakbeen in de gewrichten beschermen en het heeft bewezen werkzaam te zijn bij het verlichten van gewrichtspijn, wat aangeeft dat het nuttig kan zijn voor mensen die lijden aan artritis. Omdat het helpt bij het verminderen van ontstekingen, wordt het als nuttig beschouwd bij de behandeling van reumatoïde artritis. Een klein onderzoek bij mensen, die al medicijnen gebruikten om reumatoïde artritis te behandelen, wees uit dat degenen die ook cat’s claw gebruikten, minder pijnlijke, gezwollen gewrichten hadden dan degenen die een placebo gebruikten.

De heilzame bestanddelen van cat’s claw

Cat’s claw is rijk aan drie belangrijke groepen van chemische verbindingen: alkaloïden, terpenoïden en flavonoïden [R].

De specifieke verbindingen, die in cat’s claw worden gevonden, zijn onder andere:

  • Mitraphylline: een alkaloïde, die meestal voorkomt in oudere bladeren en die kankerbestrijdende effecten heeft en celdood veroorzaakt bij sarcoom- en borstkankercellen.
  • Rhynchophylline: een alkaloïde verkregen uit de schors, die helpt bij convulsies, duizeligheid, gevoelloosheid en hypertensie.
  • Isopteropodine: een alkaloïde verkregen uit de bladeren en heeft antimicrobiële eigenschappen tegen (Gram-positieve) bacteriën.
  • Uncarine (C, D en E): een familie van alkaloïden, die in de bladeren worden aangetroffen en die eigenschappen tegen kanker hebben, die celdood in leukemiecellen induceren.
  • Hirsutine: een alkaloïde gevonden in de jonge bladeren, die bloeddrukverlagende eigenschappen heeft, de bloedvaten ontspa