Hoe gezond of ongezond is roomboter nu écht?

roomboterVroeger was het allemaal zo lekker eenvoudig: Je nam echte roomboter op je boterham. Als je dat te duur vond nam je margarine en als je aan de lijn deed nam je halvarine. Punt uit! Maar tijden veranderen en in de afgelopen tien jaar zijn er onnoemlijk veel soorten smeerseltjes voor op je brood bijgekomen.

De één, volgens de reclame, nog beter dan de ander. ‘Goed voor je hart’, ‘goed voor de lijn’ etc. etc. Maar de laatste tijd is de discussie 360 graden omgedraaid:

Roomboter mag weer, roomboter blijkt helemaal niet zo ongezond te zijn als men eerder beweerde.

Roomboter is heerlijk op een vers speltbroodje of een lekkere cracker. Vroeger was het de normaalste zaak van de wereld dat je roomboter at, totdat roomboter op het strafbankje kwam te zitten omdat het plotseling ‘ongezond’ zou zijn. Toevallig was dat in dezelfde periode dat de margarine populair werd. Margarine wat bestempeld werd als de ‘gezonde’ boter.

Wat is hier nu allemaal van waar? Is de échte roomboter werkelijk zo slecht voor je gezondheid?

Of misschien moeten we de vraag omdraaien:

Is het alternatief, een margarine, beter voor de gezondheid dan de échte, ouderwetse roomboter?

Om dit uit te leggen, moeten we even terug in de tijd, naar het pre-margarine tijdperk:

Roomboter in het pre-margarine tijdperk

Tot het einde van de negentiende eeuw werd roomboter alleen maar bekeken als een onbelangrijk bijproduct van de in opkomst zijnde veeteelt. De roomboter werd eigenlijk alleen maar gebruikt door de boer zelf en de familie. Er waren dus totaal geen commerciële belangen gemoeid met dit product.

Mede dankzij de economische groei aan het einde van de negentiende eeuw begon de vraag naar goede zuivelproducten te stijgen. Niet zozeer van het ‘gewone’ volk, maar meer van de rijke klasse. De boeren speelden daar handig op in, en begonnen het bijproduct te verzilveren en commercieel op de markt te brengen.

In eerste instantie handmatig maar, dankzij de uitvinding van de centrifuge door de Zweed Gustaaf de Laval, al snel veranderde dit tot een ware industrie. Probleem was alleen dat de boter per seizoen van kleur verschilde. In de winter was de boter bleek van kleur, in de zomer mooi vol geel. De consument wilde alleen de mooie gele boter. Ook dit probleem werd relatief snel opgelost door de uitvinding van een natuurlijke kleurstof genaamd ‘carotinekleursel’ of ‘Orleaan-pasta.

De handel ging goed, totdat de margarine in de tweede helft van de negentiende eeuw het daglicht zou zien.

De opkomst van de margarine

Geloof het of niet, maar de margarine is ooit geïntroduceerd door twee families uit Oss: De familie Jurgens en de familie van den Bergh. Beide families waren groothandelaren in echte boter. Maar door de grote vraag naar echte roomboter was de prijs hoog en voor de lagere klasse nagenoeg onbetaalbaar. Ze kregen lucht van een nieuw product: Margarine, wat op grote schaal geproduceerd kon worden tegen een veel lagere prijs dan roomboter.

In het jaar 1900 werden de merken Vitella en Solo op de markt gebracht en niet zonder succes. Bijna 30 jaar later gingen beide familiebedrijven definitief samenwerken en richtten de ‘Margarine-unie’ op. Al snel werd ook samenwerking gezocht, en gevonden, in het buitenland. Een fusie tussen de Nederlandse ‘Margarine-unie’ en de Engelse ‘Lever Brothers’ resulteerde in een nieuw bedrijf: Unilever.

Na de eerste wereldoorlog liep het succes van de margarine weer terug door de dalende prijs van de roomboter. Om dit te overwinnen voegde Unilever vitamine A en vitamine D toe aan de margarine, zodat het qua voedingswaarde gelijk zou zijn aan roomboter.

Later, in de jaren zestig werd dit nog een keer ondersteund door de het ‘margarinebesluit’ waarbij de toevoegingen bij de wet verplicht waren. ‘Officieel’ was margarine nu gelijk aan roomboter. De consument slikte dat als zoete koek, en de omzetten stegen weer tot in de hemel.

Vanuit de medische wereld kreeg Unilever op een bepaald moment een verzoek om een ‘gezondere’ margarine te maken, een margarine die meer onverzadigde vetten moest bevatten. Er was namelijk op dat moment net bekend geworden dat de verzadigde vetten in de oude margarine problemen zouden vormen voor hart- en vaatziekten.

Unilever ontwikkelde de, nog steeds bestaande, Becel wat in eerste instantie alléén in de apotheek verkrijgbaar was. Eind jaren zestig kwam dit beschikbaar voor het grote publiek. En de consument was zeer tevreden: Becel was een gezonder alternatief voor roomboter en de zogenaamde harde margarines.

Dit alles kwam Unilever goed uit, want er was in dezelfde periode een heftige discussie begonnen over de aanwezige transvetten in de margarines, ook in de Becel. Maar omdat de discussie ging over het gevaar voor hart- en vaatziektes, waarvoor Becel dé oplossing was, kwam de discussie over transvetten op de achtergrond.

Pas in de jaren negentig erkende de voedingsindustrie dat deze zelfde transvetten aanleiding konden zijn voor veel hart- en vaatziektes. Unilever haalde bakzeil, en bracht in 1995 een margarine op de markt waarin beduidend minder transvetten zaten.

De gevolgen van het margarinegebruik

Uit het voorgaande kun je concluderen dat iedereen bijna honderd jaar lang grote hoeveelheden schadelijke transvetten hebben binnengekregen. In die tijd bevatten Bona en Zeeuws Meisje ongeveer een kwart aan transvetten!

Uit een onderzoek is gebleken dat voor de komst van margarine, er zelden mensen stierven aan trombose in de kransslagaderen. Na de introductie van de margarine, en zeker nadat het voor het grote publiek beschikbaar werd, stegen de gevallen van hart- en vaatziektes schrikbarend. Toch iets om over na te denken…

Gewijzigde opvattingen over roomboter

Tot de eeuwwisseling was het grootste deel van de Nederlandse bevolking afhankelijk van de gedrukte media en de fabrikanten als het ging om informatie over gezonde en ongezonde voedingsmiddelen. Het zal je niet verbazen dat alle voedingsmiddelen door de fabrikant als ‘gezond’ werden geacht.

Maar na de intrede van Internet is een schat aan informatie vrijgekomen, en wordt de beschikbare informatie ook sneller gedeeld. Hoewel er natuurlijk ook veel onzin verspreid wordt via het Internet, heeft dit er toch toe geleid dat de waarheid over margarine, en het échte verhaal over de mogelijke ‘slechte’ invloed van roomboter nu eindelijk op tafel komt.

Hoewel verzadigd vet tegenwoordig op het strafbankje zit, heeft je lichaam deze vetten toch nodig. Maar het is wel belangrijk om de juiste verzadigde vetten binnen te krijgen. In roomboter zitten veel verzadigde vetten die bestaan uit korte ketens, dus licht verteerbaar en een gunstige invloed op je darmen. Daarnaast zit in de goede roomboter vitamine D, vitamine A

Het is waar dat roomboter transvetzuren bevat, ongeveer 2-3%. Maar het is goed om te weten dat dit dierlijke transvetzuren zijn. En uit onderzoek is gebleken dat juist deze vorm een bescherming kan bieden tegen kanker en hart- en vaatziekten. Roomboter is een product wat heel erg dicht bij de natuur staat, waaruit je de conclusie kunt trekken dat hoe gezonder de koe is, hoe beter de boter is.

[pullquote]Maak daarom een bewuste keuze voor roomboter van biologische graskoeien[/pullquote]. Niet alleen heerlijk van smaak, maar je kunt je speltbroodje zonder schuldgevoel besmeren met dit natuurlijke product, natuurlijk wel met mate!

‘Boter’ is een beschermde naam

Niet alles mag zomaar ‘boter’ heten. De aanduiding ‘boter’ is beschermd door de Nederlandse wet, en mag alleen maar op een product geplakt worden als het voor minimaal 80% uit melkvet bestaat. Dit houdt concreet in dat als er ‘boter’ op het pakje staat, en inderdaad ook echte boter in zit. Als er géén boter op staat, heb je dus te maken met een margarine, of een kunstboter, waar je naar mijn mening beter vanaf kunt blijven.

De aanduidingen ‘echte boter’ of ‘roomboter’ hebben dus geen verschillen: Het gaat hier allemaal om boter, zoals in de wet vastgelegd.

Maar binnen alle beschikbare boterproducten zijn natuurlijk wel weer kwaliteitsverschillen: Het mag duidelijk zijn dat roomboter van biologische koeien die het grootste deel van het jaar vers gras eten in de wei, beter van smaak is en een hogere kwaliteit heeft dan roomboter van koeien die zich de hele dag staan te vervelen op stal.

Conclusie

Uit al het bovenstaande kan ik concluderen dat we alle gezondheidsclaims over margarines niet zomaar aan kunnen nemen. Er is, met name in het verleden, veel te veel mee geknoeid. Gewoon eerlijke en echte boter eten is gewoon veel beter. Vet is namelijk helemaal niet slecht, en in de beperkte hoeveelheden van boter worden we er helemaal niet dik van. De verzadigde vetten die in boter zitten zijn licht verteerbare vetten, vetten die ons lichaam gewoon nodig heeft om beter te kunnen functioneren.

Uiteraard zoals alles, wel met mate!

Waar we ons meer zorgen over moeten maken is de overmatige consumptie van suiker, waar we allemaal wél dik van worden.

En jij? Wat zet jij ’s morgens op de ontbijttafel? Echte roomboter of een margarine? En waarom?