
Insuline spuiten bij diabetes: wanneer, hoe vaak en hoe doe je het goed?
Hoe vaak spuit je insuline, op welk moment en waar? Lees over insulineschema's, de juiste injectietechniek, afwisselen van prikplek en hypo's.
Hoe vaak je insuline spuit, hangt af van het type diabetes en het soort insuline. Bij type 1 diabetes spuit je meestal vier keer of vaker per dag, of je gebruikt een insulinepomp. Bij type 2 diabetes begin je vaak met één injectie langwerkende insuline per dag.12 Je arts of diabetesverpleegkundige stelt het schema samen met jou op.
Hoe vaak per dag moet je insuline spuiten?
Er bestaan een paar standaardschema’s. Welk schema bij jou past, hangt af van je type diabetes, je eetpatroon, je dagritme en hoe stabiel je bloedsuiker is.23
| Schema | Hoe vaak per dag | Wat spuit je | Voor wie meestal |
|---|---|---|---|
| Basale insuline | 1 keer | Langwerkende insuline op een vast tijdstip | Startschema bij type 2 diabetes |
| Mix-insuline | 2 keer | Voorgemengde insuline vóór ontbijt en avondeten | Type 2 met een vast eetpatroon |
| Basaal-bolus | 4 keer of vaker | Langwerkend 1× per dag plus snelwerkend bij elke maaltijd | Standaard bij type 1, soms bij type 2 |
| Insulinepomp | Continu | Snelwerkende insuline via een slangetje of patch | Type 1, vooral als injecties onvoldoende werken |
Het basaal-bolusschema lijkt het meest op hoe een gezonde alvleesklier werkt: een constante basisvoorraad, met een extra dosis bij elke maaltijd. Het geeft je de meeste vrijheid in wat en wanneer je eet, maar vraagt ook dat je vaak meet en je dosis zelf aanpast aan je maaltijd.1
Bij type 2 diabetes is één dagelijkse injectie langwerkende insuline, naast je tabletten, vaak al genoeg om de bloedsuiker flink te verbeteren. Pas als dat niet volstaat, komt er maaltijdinsuline bij.2
Welke soorten insuline zijn er en wanneer spuit je ze?
Insulines verschillen vooral in hoe snel ze beginnen te werken en hoe lang dat duurt. Daarom maakt het tijdstip van spuiten zoveel uit.
| Type | Begint te werken na | Werkt ongeveer | Wanneer spuiten |
|---|---|---|---|
| Snelwerkend analoog | 10–20 minuten | 3–5 uur | Direct vóór of bij de maaltijd |
| Kortwerkend humaan | Circa 30 minuten | 6–8 uur | Circa 30 minuten vóór de maaltijd |
| Middellangwerkend (NPH) | 1–2 uur | 12–18 uur | Vóór ontbijt en/of voor het slapen |
| Langwerkend analoog | 1–2 uur | 24 uur of langer | Eén keer per dag, vast tijdstip |
| Weekinsuline (icodec, efsitora) | Bouwt geleidelijk op | Circa 7 dagen | Eén keer per week, vaste dag |
Weekinsulines zijn een nieuwe ontwikkeling. Studies met insuline icodec en insuline efsitora alfa laten bij type 2 diabetes een vergelijkbare bloedsuikerregeling zien als dagelijkse langwerkende insuline, met 52 injecties per jaar in plaats van 365.4 Insuline icodec is in de EU toegelaten. Of en wanneer zo’n weekinsuline in Nederland voor jou beschikbaar en vergoed is, kun je navragen bij je behandelaar.
Wanneer begin je met insuline spuiten?
Dat bepaal je niet zelf op basis van één vingerprikwaarde. Je arts beslist het samen met jou, op basis van je HbA1c (je gemiddelde bloedsuiker over 2 à 3 maanden), je nuchtere waarden, je klachten en het type diabetes.25
- Type 1 diabetes: je lichaam maakt (bijna) geen insuline meer. Insuline is vanaf de diagnose levensnoodzakelijk.1
- Type 2 diabetes: insuline komt in beeld als je HbA1c boven je persoonlijke streefwaarde blijft, ondanks aanpassingen in leefstijl en tabletten of andere medicijnen.2
Veel mensen met type 2 stellen insuline langer uit dan goed is. Dat komt vaak door angst voor prikken, angst om aan te komen of het gevoel dat insuline betekent dat je gefaald hebt. Ook artsen wachten soms te lang.5 Twijfel je? Bespreek het open met je huisarts of diabetesverpleegkundige.
Let op: heb je steeds hoge waarden én klachten zoals veel dorst, veel plassen, onverklaard afvallen, sufheid of misselijkheid? Neem dan dezelfde dag contact op met je huisarts. Lees ook de informatie over diabetes op Thuisarts.nl.
Hoe spuit je insuline op de juiste manier?
Insuline moet onder de huid in het vetweefsel terechtkomen, niet in de spier. In de spier wordt het sneller en minder voorspelbaar opgenomen, wat de kans op een hypo vergroot. De internationale FITTER Forward-aanbevelingen uit 2025 geven deze richtlijnen:6
- Gebruik een korte pennaald van 4 mm. Voor vrijwel alle volwassenen is dat lang genoeg, ongeacht hun gewicht, en de kans dat je in de spier spuit is klein.
- Prik loodrecht (90°). Met een 4 mm-naald hoeven de meeste volwassenen geen huidplooi te nemen. Kinderen en heel slanke volwassenen soms wel; vraag dit na bij je behandelaar.
- Druk de pen rustig helemaal leeg.
- Tel tot 10 voordat je de naald uit de huid trekt, zodat er geen insuline teruglekt.
- Gebruik elke keer een nieuwe naald. Een gebruikte naald wordt bot, doet meer pijn en beschadigt het weefsel.
Een diabetesverpleegkundige kan je techniek controleren. Dat is ook zinvol als je al jaren spuit: kleine fouten sluipen er makkelijk in.
Waar spuit je insuline het best?
Geschikte plekken zijn de plekken met voldoende onderhuids vet:6
- Buik: minstens een paar centimeter naast de navel. Het meest gebruikt en makkelijk zelf te bereiken.
- Bovenbenen: de voor- en buitenkant.
- Billen: de bovenste buitenkant.
- Bovenarm: de achter- en buitenkant. Dit is lastiger om zelf te doen.
Bij humane kortwerkende insuline en NPH-insuline maakt de plek uit: in de buik wordt het sneller opgenomen dan in de bovenbenen of billen. Bij moderne snelwerkende en langwerkende analogen is dat verschil kleiner.6 Een handige vuistregel: spuit hetzelfde soort insuline op hetzelfde tijdstip van de dag steeds in hetzelfde lichaamsdeel, en wissel daarbinnen van prikplek.
Waarom moet je van prikplek wisselen?
Spuit je steeds op ongeveer dezelfde plek, dan kan er lipohypertrofie ontstaan: een verdikking van het onderhuidse vetweefsel. Je voelt het als een zachte of rubberachtige bult. Insuline wordt daar slechter en onvoorspelbaarder opgenomen. Dat leidt tot onverklaarbare schommelingen, hypo’s en vaak tot een hogere insulinebehoefte.6
Zo voorkom je het:
- Verdeel elk gebied (bijvoorbeeld je buik) in vakken en werk ze systematisch af, bijvoorbeeld met de klok mee.
- Houd minstens 1 centimeter (ongeveer een vingerbreedte) afstand van je vorige prikplek.6
- Gebruik elke keer een nieuwe naald.
- Voel regelmatig met je vingertoppen of je bulten voelt, en laat je prikplekken bij elke controle nakijken.
Belangrijk: ga je van een plek met lipohypertrofie over op gezonde huid, dan wordt de insuline ineens beter opgenomen. Je hebt dan soms minder nodig. Meet in die periode vaker en bespreek met je behandelaar of je je dosis moet verlagen, om hypo’s te voorkomen.6
Wat doe je als je bloedsuiker te laag wordt?
Een te lage bloedsuiker (hypo) is de belangrijkste bijwerking van insuline.1 Je herkent een hypo aan trillen, zweten, hartkloppingen, honger, bleekheid, prikkelbaarheid of verwardheid. Neem direct snelle suikers, zoals druivensuiker of een glas suikerhoudende frisdrank, en meet na 15 minuten opnieuw.
Vraag je behandelaar hoeveel snelle suikers je precies nodig hebt en wanneer je huisgenoten 112 moeten bellen. Pas je insulinedosis niet op eigen houtje fors aan. Stop ook nooit zelf met insuline als je ziek bent en weinig eet: vooral bij type 1 kan dat gevaarlijk ontsporen (ketoacidose). Volg de ziektedagregels die je van je diabetesteam hebt gekregen.13
Insulinepomp en nieuwe toedieningsvormen
Lukt het niet om je bloedsuiker stabiel te houden met meerdere injecties per dag, dan kan een insulinepomp een optie zijn. Een pomp geeft continu een kleine hoeveelheid snelwerkende insuline af via een dun slangetje of een patch, en jij geeft extra bij maaltijden.
Steeds vaker wordt de pomp gekoppeld aan een glucosesensor. Bij zo’n hybrid closed loop-systeem past de pomp de basisinsuline automatisch aan op je glucosewaarden. Bij kinderen en jongeren met type 1 wordt dit internationaal aanbevolen als dat mogelijk is.3 Ook bij volwassenen met type 1 verbetert het de bloedsuikerregeling en vermindert het het aantal hypo’s.1
Onderzoekers werken ook aan nieuwe vormen, zoals pleisters met microscopisch kleine naaldjes (microneedles) die insuline via de huid afgeven. Die zijn nog experimenteel en niet klinisch beschikbaar.7
Hoe weet je of je dosering goed zit?
Alleen door te meten zie je hoe je lichaam reageert op insuline, voeding, beweging, stress en ziekte. Met een vingerprikmeter meet je meestal op vaste momenten: nuchter, vóór de maaltijd en circa 2 uur erna. Je behandelaar vertelt je hoe vaak dat in jouw situatie nodig is.
Steeds meer mensen gebruiken een continue glucosemonitor (CGM): een sensor op de huid die je glucose dag en nacht meet. Zo zie je pieken, dalen en nachtelijke hypo’s die je met losse vingerprikken mist. Bij type 1 diabetes is een CGM inmiddels de standaard.1 Lees meer over schommelingen in je bloedsuikerspiegel. Bespreek de patronen regelmatig met je behandelaar. Praktische uitleg vind je ook bij het Diabetesfonds.
Veelgestelde vragen
Bij welke geprikte glucosewaarden moet ik beginnen met insuline spuiten?
Daar is geen vaste grens voor die je zelf kunt toepassen: je arts beslist het samen met jou. Daarbij kijkt die vooral naar je HbA1c, je nuchtere waarden, je klachten en het type diabetes. Bij type 2 komt insuline in beeld als je HbA1c boven je streefwaarde blijft ondanks leefstijlaanpassingen en andere medicijnen. Heb je steeds hoge waarden met klachten zoals veel dorst, veel plassen of afvallen? Bel dan dezelfde dag je huisarts.
Hoe pijnlijk is insuline spuiten?
De meeste mensen vinden het nauwelijks pijnlijk, zeker met de dunne pennaalden van 4 mm. Na de eerste weken went het voor bijna iedereen. Doet het steeds pijn, laat je techniek dan nakijken door je diabetesverpleegkundige. Vaak helpt het al om elke keer een nieuwe naald te gebruiken en de insuline niet ijskoud te spuiten.
Mag je een insulinenaald hergebruiken?
Nee, gebruik elke naald maar één keer. Na één keer is de punt al bot en beschadigd. Dat maakt prikken pijnlijker en vergroot de kans op lipohypertrofie. Gooi gebruikte naalden weg in een naaldencontainer voor scherp afval. Vraag bij je apotheek hoe je een volle container inlevert.
Wat is lipohypertrofie en hoe voorkom je het?
Lipohypertrofie is een verdikking van het vetweefsel onder de huid door steeds op dezelfde plek te spuiten. Je voelt het als een zachte of rubberachtige bult. Insuline wordt daar onvoorspelbaar opgenomen. Je voorkomt het door systematisch te wisselen, minstens een vingerbreedte van je vorige prikplek te blijven en elke keer een nieuwe naald te gebruiken.
Waar kun je insuline spuiten?
Geschikte plekken zijn de buik (niet vlak bij de navel), de voor- en buitenkant van de bovenbenen, de bovenste buitenkant van de billen en de achterkant van de bovenarm. Spuit niet in bulten, littekens of blauwe plekken. Spuit hetzelfde soort insuline op hetzelfde tijdstip bij voorkeur steeds in hetzelfde lichaamsdeel.
Wat is het verschil tussen een insulinepen en een insulinepomp?
Met een insulinepen spuit je zelf, op vaste momenten, langwerkende en/of snelwerkende insuline. Een insulinepomp geeft continu kleine hoeveelheden snelwerkende insuline af via een dun slangetje of patch, en jij geeft extra bij maaltijden. Gekoppeld aan een glucosesensor kan een pomp de basisinsuline automatisch bijstellen. Een pomp vraagt wel meer kennis en zelfmanagement.
Bestaat er insuline die je maar één keer per week hoeft te spuiten?
Ja, er bestaan weekinsulines zoals insuline icodec, die in de EU is toegelaten, en insuline efsitora alfa. Bij type 2 diabetes geven ze in studies een vergelijkbare bloedsuikerregeling als dagelijkse langwerkende insuline. Of zo’n middel voor jou geschikt en beschikbaar is, bespreek je met je behandelaar.
Footnotes
-
Jacobsen LM, Schatz DA. Type 1 Diabetes: A Review. JAMA. 2026. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41697686/ ↩ ↩2 ↩3 ↩4 ↩5 ↩6 ↩7
-
Grønlund E, Lund L, Vilsbøll T. Modern insulin treatment for type 2 diabetes. Ugeskrift for laeger. 2024. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39115232/ ↩ ↩2 ↩3 ↩4 ↩5
-
Cengiz E, Danne T, Ahmad T. International Society for Pediatric and Adolescent Diabetes Clinical Practice Consensus Guidelines 2024: Insulin and Adjunctive Treatments in Children and Adolescents with Diabetes. Hormone research in paediatrics. 2024. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39884261/ ↩ ↩2 ↩3
-
Rosenstock J, Juneja R, Beals JM. The Basis for Weekly Insulin Therapy: Evolving Evidence With Insulin Icodec and Insulin Efsitora Alfa. Endocrine reviews. 2024. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38224978/ ↩
-
Galdón Sanz-Pastor A, Justel Enríquez A, Sánchez Bao A. Current barriers to initiating insulin therapy in individuals with type 2 diabetes. Frontiers in endocrinology. 2024. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38559691/ ↩ ↩2
-
Klonoff DC, Berard L, Franco DR. Advance Insulin Injection Technique and Education With FITTER Forward Expert Recommendations. Mayo Clinic proceedings. 2025. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40180487/ ↩ ↩2 ↩3 ↩4 ↩5 ↩6
-
Hong Y, Yu H, Wang L. Transdermal Insulin Delivery and Microneedles-based Minimally Invasive Delivery Systems. Current pharmaceutical design. 2022. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35676840/ ↩
Gratis check · 2 minuten
Welke maaltijd kun jij het beste aanpassen?
In 2 minuten weet je met welke ene aanpassing in je eetpatroon je bij jouw bloedsuiker het snelst verschil maakt — praktisch, geen dieet.
Ja, laat mijn plan zien- 100% gratis
- Klaar in 2 minuten
- Direct je persoonlijke plan
Bronnen
- Jacobsen LM, Schatz DA — Type 1 Diabetes: A Review · JAMA · 2026
- Grønlund E, Lund L, Vilsbøll T — Modern insulin treatment for type 2 diabetes · Ugeskrift for laeger · 2024
- Rosenstock J, Juneja R, Beals JM — The Basis for Weekly Insulin Therapy: Evolving Evidence With Insulin Icodec and Insulin Efsitora Alfa · Endocrine reviews · 2024
- Klonoff DC, Berard L, Franco DR — Advance Insulin Injection Technique and Education With FITTER Forward Expert Recommendations · Mayo Clinic proceedings · 2025
- Galdón Sanz-Pastor A, Justel Enríquez A, Sánchez Bao A — Current barriers to initiating insulin therapy in individuals with type 2 diabetes · Frontiers in endocrinology · 2024
- Cengiz E, Danne T, Ahmad T — International Society for Pediatric and Adolescent Diabetes Clinical Practice Consensus Guidelines 2024: Insulin and Adjunctive Treatments in Children and Adolescents with Diabetes · Hormone research in paediatrics · 2024
- Hong Y, Yu H, Wang L — Transdermal Insulin Delivery and Microneedles-based Minimally Invasive Delivery Systems · Current pharmaceutical design · 2022
Persoonlijk plan · gratis
Wat laat jóuw bloedsuiker pieken?
Het ontbijt, de tussendoortjes of juist de avond — bij iedereen zit de piek ergens anders. Deze korte check wijst jouw grootste pieker aan, plus wat je eraan doet.
Ja, ik doe de check- 100% gratis
- Klaar in 2 minuten
- Direct je persoonlijke plan
Lees ook
Meer over levensstijl

Levensstijl
Verstopte darmen en constipatie: oorzaken, symptomen en wat echt helpt
Last van verstopte darmen? Lees wanneer je echt constipatie hebt, wat de oorzaken zijn, wat bewezen helpt en wanneer je naar de huisarts moet.

Is Eucerin goed voor rosacea? Wat de wetenschap zegt over huidverzorging en behandeling
Helpt Eucerin bij rosacea? Lees wat een milde verzorgingsroutine doet, welke triggers je vermijdt en wanneer je een behandeling van de huisarts nodig hebt.

Oogoefeningen: wat werkt écht en wat niet?
Helpen oogoefeningen tegen vermoeide ogen, een lui oog of bijziendheid? Wat werkt wel, wat niet, en wanneer ga je naar de oogarts?

Is een glutenvrij dieet echt gezond? Wat de wetenschap zegt
Is glutenvrij eten gezond als je geen coeliakie hebt? Lees wat recent onderzoek zegt over gluten, glutengevoeligheid en glutenvrije producten.

Keurmerken voor voeding: wat betekenen ze echt voor jouw gezondheid?
EKO, Demeter, EU-bio of Nutri-Score: wat zegt een keurmerk op voeding over je gezondheid? Zo lees je elk label en weet je wat het wel en niet belooft.
2 reacties
Archief van lezersreacties sinds 2011.
Willem van woerkom Waardevolle informatie,echter op welk moment moet ik bij de (geprikte) glucose waarden moet ik beginner met het spuiten van insuline ? Ik ben een beginnend diabeticTeam OptimaleGezondheid In principe een kwartiertje voordat je gaat eten, Willem. Maar voor de details moet je echt even contact opnemen met je behandelend arts.